De alcoholleeftijd verhogen naar 18 jaar, zou pas moeten gebeuren in 2015. Alleen dan kan de maatregel een succes zijn.
Dat stellen Cees-Jan Adema, directeur van Nederlandse Brouwers, en puberexpert Marina van der Wal. Eerder al gaf staatsecretaris Martin van Rijn aan dat de wettelijke leeftijd waarop alcohol gedronken mag worden, niet eerder verhoogd wordt dan 1 januari 2014.
De ouders
Dat is dus echter te vroeg, zeggen Adema en Van der Wal. Volgens hen blijkt ten eerste uit alle onderzoeken dat de ouders de meeste invloed hebben op het (drink)gedrag van pubers. "Kinderen die thuis duidelijke grenzen krijgen om voor de wettelijk toegestane leeftijd géén alcohol te consumeren, blijken overduidelijk minder te drinken dan leeftijdgenootjes die dit wel mogen", aldus de 2.
De 2 benaderden zodoende ook 3.000 ouders voor een enquête. Hieruit blijkt dat bijna alle ouders de hogere leeftijdsgrens een goed idee vinden, maar dat ze naar de overheid en scholen wijzen als het aankomt op handhaven. Daarnaast geven ze aan dat als ze zelf willen handhaven, ze hiervoor alle steun nodig hebben van andere ouders, overheid, school, horecaondernemers en supermarkteigenaren.
Gemeenten
Een ander punt dat Adema en Van der Wal aanhalen is dat volgens hen gemeenten nog lang niet voorbereid zijn op handhaving van alcoholgebruik. Zij zijn immers sinds 1 januari 2013 verantwoordelijk. "Laat staan als daar de verhoging naar 18 jaar bovenop komt. Dit heeft tot gevolg dat er straks grote verschillen tussen gemeenten zijn, waarvan jongeren kunnen profiteren. Zo worden hokken en keten bijvoorbeeld nog steeds op grote schaal gedoogd."
Mentaliteit
De 2 wijzen ten derde op de BOB-campagne die na 10 jaar heeft gezorgd voor een andere mentaliteit. "Er is een norm ontstaan waarbij de nieuwe generatie alcohol in het verkeer sowieso niet normaal vindt." Zodoende concluderen Adema en Van der Wal dat de overheid niet eerder dan 2015 de alcoholleeftijd moet verhogen omdat die tijd nodig is voor een normverandering en breed draagvlak.
"Zo weten jongeren die in de tussenliggende periode 16 jaar worden dat de norm 18 gaat worden. Gemeenten kunnen de overgangsperiode gebruiken om hun handhaving op orde te krijgen en werken aan goede communicatie. Het gesprek met ouders en hun pubers staat daarbij uiteraard centraal."

